Steef4All logo

Archief

Nieuwsflits 8

01-03-2019
Klik voor meer foto's

Op 6 november 2018 dient eindelijk de rechtszaak tegen de dader van het ongeluk. Op beelden van een dashcam is duidelijk te zien dat hij op een heel druk moment vanaf een parallelweg de rotonde op schiet. Zonder richting aan te geven slaat hij af. Er volgt een klap en we zien Stefanie roerloos op het asfalt liggen. De ontzetting op de gezichten van omstanders spreekt boekdelen. Het bewijs is overtuigend en overduidelijk, Stefanie had geen schijn van kans…. Simon, de vader van Stefanie leest een indrukwekkende slachtofferverklaring voor. We laten een fotopresentatie zien van Stefanie. De foto’s tonen hoe ze was voor het ongeluk, net na het ongeluk, na al haar operaties en hoe ze er vandaag de dag bij zit. De zaal is onder de indruk, de dader draait zijn hoofd weg, wil er niet naar kijken.

 
Slachtofferverklaring Simon van Houcke


Mijn dochter Stefanie is op 28 maart 2017 door een fataal ongeluk zielloos geworden, geestelijk overleden. De klap op haar hoofd verbrijzelde niet alleen haar schedel, maar ook haar brein. Ze kreeg levenslang. Stefanie was altijd een vrolijke meid, stond midden in het Amsterdamse leven. Ze woonde daar samen met haar vriend Rowin, ze had een leuke baan waar ze helemaal voor ging. We zagen haar nog zelden bij ons in Terneuzen. Dat was prima het ging haar tenslotte goed. Tot het ongeluk.

Stefanie is nu nog slechts een hoopje mens. Haar hart klopt, ze ademt zelfstandig en ze kan zitten. Maar nadenken kan ze niet meer. Bij alles was ze moet doen, heeft ze hulp nodig, tot in het extreme. Je moet haar bijvoorbeeld vertellen dat ze haar eten moet doorslikken. Dat weet ze gewoon niet meer. En als je het haar uitlegt, onthoudt ze het niet. Je moet altijd vragen of ze naar de WC wil. Ze voelt niet dat ze moet en het gebeurt dat ze alles laat lopen en zichzelf onder smeert. Gewoon, omdat ze niet weet wat ontlasting is, omdat ze zich niet kan herinneren dat haar moeder op drie meter afstand van haar slaapt, omdat ze zich niet herinnert dat ze altijd om hulp kan vragen en die dan ook meteen krijgt. 

Ik heb het vroeger met mijn vrouw weleens gehad over wat het ergste was, dat ons kon overkomen. We dachten dat dat het overlijden van een van onze kinderen zou zijn. Daar zijn we van teruggekomen. Je dochter lichamelijk nog bij je hebben maar zonder ziel, zonder haar eigenheid, zonder alles wat haar haar maakt, is onbeschrijflijk grievend. Elke keer als ik haar zie, doet het nog net zo veel pijn als de eerste keer dat ik haar na het ongeluk weer zag. 

Of misschien zelfs wel meer. Want inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en we hebben geen idee waar het met Stefanie heengaat. Direct na het ongeluk zeiden we tegen elkaar: “We helpen haar er weer bovenop, ons doel is 100% genezing”. Maar al snel werden we keihard geconfronteerd met de Nederlandse zorg die voor mensen boven de 25 met een ernstige hersenbeschadiging geen hoop meer ziet. Ze kon naar een verpleeghuis en daar de meest basale zorg krijgen zodat ze kan blijven leven. Maar iets als therapie om haar weer te leren lopen, om haar iets van haar zelfstandigheid, haar waardigheid en menselijkheid terug te geven, dat zit voor dertigjarigen gewoon niet meer in het zorgpakket. Ik vraag me dan hardop af waarom artsen zoveel moeite doen, echt alles op alles zetten om iemand na zo’n ernstig ongeluk in leven te houden, als het enige perspectief dat ze een mens daarna kunnen bieden het spreekwoordelijke leven als een kasplantje is. 

Na het ongeval waren we zoals u zult begrijpen emotioneel gebroken. Maar in plaats van hulp en hoop, kregen we tegenwerking na tegenslag te verwerken bij onze wensen om met Stefanie te gaan oefenen en trainen. De onverschilligheid waar we tegenaan liepen vond ik nog het ergste. Er was geen geld voor therapie werd ons verteld en daar hield het mee op. Mijn vrouw is stevig gebekt en neemt met een onterecht en onrechtvaardig nee simpelweg geen genoegen. Zij heeft zich als een pitbull vastgebeten in de Nederlandse zorg, ze vecht nog steeds als een leeuw voor een waardig leven voor onze dochter. Het resultaat: Stefanie ligt niet in een verpleeghuis aan de sondevoeding. Stefanie heeft een appartement in Terneuzen, heeft daar 24 uur per dag zorg van haar familie en één verpleegkundige, traint op een apparaat om te leren lopen en om haar bloed beter te laten circuleren. We hebben zelf een gedreven groep samengesteld van drie fysiotherapeuten, een logopedist, iemand die muziek met haar maakt en iemand die met haar schildert. Mede dankzij deze mensen gaat Stefanie centimeter voor centimeter vooruit. 

Wij hopen dat dat helpt om haar hersencellen verder te laten herstellen, dat ze zich cognitief verder kan ontwikkelen. Hopen, zeg ik met nadruk. Want het klinkt misschien prachtig: een dochter die weer leert lopen. Lichamelijk gaat ze duidelijk vooruit, ook al brengt dat weer nieuwe problemen met zich mee. Waar gaat ze heen als ze mobiel wordt? Weet ze dan wel hoe ze weer terugkomt bijvoorbeeld. Geestelijk boekt ze veel minder progressie. Ze leeft als een demente bejaarde, zonder enig idee van het hier en nu. Hoe dat voor haar is? Hoe zij haar leven nu beleeft? Ik heb geen idee. Maar ik kan me niet voorstellen dat ze het prettig vindt. 

100% genezing hebben we inmiddels uit ons hoofd gezet. We zouden het nu al fijn vinden als ze zodanig herstelt dat ze geen 24-uurs zorg meer nodig heeft, dat ze een zelfstandig leven kan leiden met misschien nog de mogelijkheid tot een deeltijdbaan. 
Hoe lang dat gaat duren? We hebben geen idee. Voor mij persoonlijk is dat het ergste van de hele situatie. Mijn vrouw Marjo, mijn dochter Claudia, Stafanies partner Rowin, en onze verpleegkundige Amely draaien nu 24-uurs diensten bij Stefanie. Diensten klinkt liefdeloos, maar zo voelen ze wel. Onze dagen bestaan uit: sporten met Stefanie, haar verzorging, cognitieve trainingen op allerlei manieren en zwemmen. Elke dag als ik er binnenkom word ik weer geconfronteerd met mijn dochter die mijn dochter niet meer is. Elke dag vraag me ik me af wat ons nog te wachten staat, hoe lang deze situatie gaat duren. Hoe lang ik dit nog volhoud, hoe lang mijn vrouw en mijn dochter dit nog volhouden. Hoe lang Rowin nog langs blijft komen? Hij is begin 30 en verwisselt de luiers van zijn vriendin. 

De zorg voor Stefanie, het zelf zoeken naar passende therapiëen, het altijd moeten smeken en praten als Brugman om iets voor Stefanie voor elkaar te krijgen breekt ons op. We kunnen de zorg inmiddels niet meer combineren met werk. Emotioneel en fysiek is dat gewoon te zwaar. De zorg van Stefanie kunnen we ook niet meer combineren met hobby’s of vakanties. Ontspanning vinden is gewoon moeilijk. 

Ik begon mijn verhaal met Stefanie, die door het ongeluk levenslang van een menswaardig leven is beroofd. Maar zij niet alleen, het hele leven van mij, mijn vrouw, van Claudia en van Rowin is door die ene klap compleet ontwricht. Als gezin zijn we veroordeeld tot levenslang leven tussen hoop en vrees, onmachtig om te geven wat je je kind, je zus of vriendin het liefste gunt: een mooi en gelukkig leven. 
En als ik dan in een politierapport lees dat de dader ‘het erg vindt voor die vrouw, maar verder moet met zijn leven’. Als ik bedenk dat de dader gewoon nog buiten rondloopt en inderdaad verder gaat met zijn leven, dat hij nooit de moeite heeft genomen om contact met ons te zoeken, om te vragen hoe het met haar is, om iets van spijt of berouw te tonen, dan kook ik van binnen. Het voelt zo onrechtvaardig dat de slachtoffers voor het leven zijn veroordeeld en dat de dader verder met zijn leven kan gaan alsof er niets is gebeurd. Dat is toch de omgekeerde wereld? 

Ik hoop dat door mijn relaas hij zich inmiddels realiseert welk leed het ongeluk heeft veroorzaakt, hoe daarmee vijf levens zijn verwoest. Ik wens dat de dader daar, net als wij, elke dag van zijn leven aan wordt herinnerd. En welke straf hij ook krijgt, Stefanie krijgt daarmee haar leven nooit meer terug. Dat is sinds 28 maart 2017 toch echt voorgoed voorbij. 

 

Op 20 november doet de rechtbank uitspraak:


“De rechtbank verklaart het bewezene strafbaar en dus veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf maanden. Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van vier jaren. Beveelt dat een gedeelte, groot één jaar, van deze ontzegging niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van drie jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt”.

Zowel de verdachte als zijn advocaat zijn niet bij de uitspraak aanwezig. Ze gaan wel tegen de uitspraak in hoger beroep. In plaats van dat we dit stuk kunnen afsluiten, zijn we zijn weer terug bij af. De verdachte gaat nog steeds vrolijk verder met zijn leven terwijl Stefanie en wijzelf nog steeds in een hel leven, vechten voor een menswaardig bestaan, wanhopig zoeken naar hulp en blijven hopen op dat beetje wind in de rug.